Tussen haken [XX] staat de bron.

Albert Alberts, Nederlands schrijver
Geboren 23 augustus 1911 te Haarlem. Nederlands letterkundige. Alberts studeerde indologie en promoveerde in 1939 op de dissertatie Baud en Thorbecke . Hij werd daarna bestuursambtenaar in voormalig Nederlands Indië, waar hij van 1942 tot 1945 door de Japanners werd geïnterdeerd. In 1946 keerde hij naar Nederland terug. Van 1953 tot 1965 was hij redacteur van de Groene Amsterdammer .
Met de novellenbundel De eilanden (1952) debuteerde Alberts, daarna volgden de korte roman De bomen (1953), zijn Indische memoires Namen noemen (1962) en zijn herinnneringen De Franse slag (1963) aan de tijd die hij vóór de oorlog doorbracht als voluntair op ministeries te Parijs. In De huzaren van Castricum. Een geschiedenis van de Ned. Republiek 1780 – 1800 (1973) toont hij zich een goed historicus. In 1974 verscheen de roman De vergaderzaal , waarin de beginfragmenten teeds in 1854 in De Gids waren gepubliceerd. Zijn werk is vaak geïnspireerd door zijn Indische ervaringen of door herinnneringen aan zijn jeugd in Apeldoorn. Karakteristiek voor zijn stijl is de aparte humor en laconieke wijze van vertellen vol ‘understataments'. [BR]

Albert Cuyp , schilder (Dordrecht oktober 1620 – Dordrecht, begraven 15 november 1691)
Noordnederlandse landschapsschilder en etser. Hij was leerling van zijn vader Jacob Gerritsz. Cuyp. Zijn vroege landschappen tonen afhankelijkheid van J. van Goyen. Na 1640 begon hij onder invloed van de italianisant J. Both zijn eigen stijl te ontwikkelen. Cuyps late, groots opgezette riviergezichten onderscheiden zich door helder zonlicht, waarin de kleuren groen, grijs en bruin overheersen. De figuren, meestal boeren en ruiters, in zuivere kleuren geschilderd, vormen een levendig contrast met de toonschildering van het landschap. Cuyp schilderde ook enkele interieurs met figuren, porttretten en historiestukken.

Albrecht Dürer, kunstenaar ( 1471 - 1528)
Na een opleiding bij zijn vader, een Neurenbergse goudsmid, ging Dürer in 1486 in de leer bij Michael Wolgemut. In 1494/95 en 1505/1506 bezocht hij Venetië, waar hij kennismaakte met de kunst van de Italiaanse Renaissance. Na zijn terugkeer begon hij allerlei wetenschappen te bestuderen om zijn kunst verder te ontwikkelen. Zijn uitgebreide oeuvre bestaat behalve uit schilderijen, gravures, houtsneden en tekeningen ook uit geschriften over kunst en wetenschap. Dürer was daardoor een belangrijke schakel voor de introductie van de Italiaanse Renaissance in het Noorden. Zie ook Albertduuurtje.
Eponiemenwordenboek: meer over zijn leven

Albert Heijn , zakenman (Zaandam 27-1-1927 - )
Studeerde economie te Nijenrode en trad in1949 in dienst bij Albert Heijn BV. In 1962 werd hij president van de raad van bestuur van Albert Heijn (sinds 1973 (Koninklijke) Ahold BV. Hij is een kleinzoon van de oprichter van het kruideniersbedrijf. [WP]

Albert Neuhuys , schilder (Utrecht, 10 juni 1841 – Locarno, 6 februari 1914)
Hij heet officieel Johannes Albertus. Komt uit een familie met drie 19 e eeuwse schilders, te weten de broers Jan Anton, Jozef en Albert. Hij was schilder, aquarellist, etser en lithograaf. Hij schilderde aanvankelijk portretten en historiestukken, later vooral het landleven en boerenbinnenhuisjes. Typerend zijn de warme kleuren. Neuhuys wordt gerekend tot de Haagse School. Zijn werkwijze sloot aan bij die van Jozef Israels en Jacob Maris. [WP]  

Albert Plesman, luchtvaartpionier (1889 – 1953)
Dr. Albert Plesman was een Nederlands officier, opgeleid aan de KMA te Breda, die wordt beschouwd als één van de belangrijkste Nederlandse luchtvaartpioniers. Hij kwam als beroepsofficier in 1915 bij de militaire luchtvaartafdeling in Soesterberg en haalde het militaire brevet in 1918.
In 1919 organiseerde in Amsterdam Plesman de Eerste Luchtverkeer Tentoonstelling, de ELTA. De tentoonstelling vormde de aanloop tot de oprichting van de KLM. Plesman werd administrateur van de KLM, later directeur en na de Tweede Wereldoorlog president-directeur. Onder zijn leiding groeide de KLM uit tot één van de grootste luchtvaartmaatschappijen in de wereld.
In 1947 verleende de Technische Hogeschool in Delft Plesman een eredoctoraat. Postuum werd hem in 1959 door de internationale organisatie voor de burgerluchtvaart, de ICAO, de gouden Edward Warner medaille voor buitengewone verdiensten voor de ontwikkeling van de burgerluchtvaart verleend. [WP]  

Schweitzer, Albert, arts (Kaysersberg, Boven-Elzas, 14 januari 1875 - Lambarene, Gabon, 4 september 1965)

 

Frans, oorspronkelijk Duits (Elzassisch), protestants theoloog, wijsgeer, zendeling-arts, musicus en musicoloog, studeerde theologie in Straatsburg, werd aldaar in 1899 hulpprediker en in 1902 tevens privaatdocent voor het Nieuwe Testament. In 1905 besloot hij medicijnen te gaan studeren, om zich voor de arbeid van zendeling-arts in West-Afrika te bekwamen. In 1906 verscheen zijn bekendste werk: Von Reimarus zu Wrede, in 1913 herdrukt onder de titel: Geschichte der Leben-Jesu-Forschung (1951). In 1913 stichtte hij een ziekenhuis in Lambarene, in Frans Congo (thans republiek Gabon). Zijn arbeid daar werd slechts onderbroken eerst door de Eerste Wereldoorlog (Schweitzer werd wegens zijn Duitse nationaliteit uitgewezen en in Europa geinterneerd), later door talrijke reizen in Europa en Amerika, waar hij door wetenschappelijke voordrachten en orgelconcerten een groot deel van de financiën voor zijn werk bijeenbracht.
Als nieuwtestamenticus heeft Schweitzer allereerst naam verworven door zijn boek over de Leben-Jesu-Forschung. Na een bespreking van de biografieen over Jezus vanaf de 18de eeuw geeft hij in het laatste hoofdstuk zijn eigen visie, die in enkele hoofdtrekken sterk overeenkomt met die van Johannes Weiss in diens baanbrekende studie Die Predigt Jesu vom Reiche Gottes (1892). Jezus is - aldus Schweitzer - in zijn spreken en handelen geheel bepaald door een aan de joodse apocalyptiek ontleende eschatologische visie. Hij predikte dat het koninkrijk Gods weldra (nog tijdens zijn leven) zou aanbreken als een grote kosmische gebeurtenis en leefde in de veiwachting dat Hij zelf als de Messias openbaar zou worden. Karakteristiek voor Jezus' prediking is ook de sterke nadruk op de zgn. interimsethiek: voor het interim, de korte tijd die nog rest voor het aanbreken van het koninkrijk Gods, gelden heel bijzondere geboden, bijvoorbeeld die van het niet vergelden en het liefhebben van de vijand, uit de Bergrede. Wanneer echter de verwachting dat de komst van het koninkrijk Gods nog tijdens de uitzending van de discipelen realiteit zal worden (Matt. 10:23), niet in vervulling gaat, komt Jezus tot de overtuiging dat Hij zelf het lijden, waarop in de bijbel betreffende de knecht des Heren (Jes. 53) gezinspeeld wordt, voor allen moet dragen (Marc 10:45 en 14:24) en dat eerst dan het beloofde rijk zal aanbreken. Aan het einde van zijn boek geeft Schweitzer zich rekenschap van zijn resultaten: Jezus kan met zijn eigenaardige eschatologische opvattingen voor ons niet langer een autoriteit op het gebied van de kennis zijn, wel in het willen. In een zekere Jezus-mystiek moeten wij met zijn willen verbonden blijven en met dezelfde kracht als die van Jezus gericht zijn op algemene zedelijke volmaking.
Voor Schweitzers godsdienst- en cultuur-filosofie zijn twee punten karakteristiek:
1 zijn agnostische houding tegenover alle metafysica, een bijzondere aandacht voor oosterse godsdiensten en een neiging tot pantheïsme;
2 de accentuering van 'eerbied voor het leven' als hoogste norm voor de ethiek
Ten slotte heeft Schweitzer ook bijzondere betekenis voor de bestudering van Bach en voor de orgelmuziek- door een uitvoerige studie over J. S. Bach, le musicien poète (1905) door de uitgave (te zamen met zijn leermeester in het orgelspel C.M. Widor) van orgelwerken van de grote meester (1911 vv.), door zijn ijveren voor het behoud van de oude Silbermann-orgels en ook door zijn vele orgel-concerten
Het meest heeft echter Scbweitzers werk in Lambarene talloos velen aangesproken Vele onderscheidingen vielen hem ten deel, o.a in 1952 de Nobelprijs voor de vrede. In Deventer werd in 1974 het Nederlands Albert Schweitzer Centrum opgericht.

De Albert Schweitzer Medaille


 

 

 

In 1951 gaf Schweitzer zijn toestemming aan het Animal Welfare Institue een medaille te slaan, om uit te reiken voor buitengewone prestaties op het gebied van het welzijn van dieren. Hij schreef: ‘Ik heb nooit durven geloven dat mijn filosofie, die in onze etiek een mededogen met alle dieren inhoudt, tijdens mijn leven zou worden opgemerkt en erkend. Winnaars variëren van bekende leiders als Rachel Carson, Hubert Humphrey, en senator Robert Dole tot Patrolman John Mobley wiens acties het lijden van laboratorium-honden hebben verzacht. [ www.pcisys.net/~jnf/ ]

Albertus Seba, verzamelaar (1665 – 1736)
Het verzamelen van rariteiten zoals kunstobjecten, wetenschappelijke instrumenten, schelpen, fossielen, insecten en lichaamsdelen op sterk water was een geliefde bezigheid in de achttiende eeuw. Onder de vele zeventiende- en achttiende-eeuwse Nederlandse rariteitenkabinetten neemt het kabinet van Albertus Seba een belangrijke plaats in. In korte tijd wist deze Amsterdamse apotheker een grote collectie schelpen, gesteenten, opgezette dieren en uitheemse naturalia bij elkaar te brengen.
Als tsaar Peter de Grote in 1717 Nederland bezoekt, verkoopt Seba hem zijn hele collectie voor 15.000 gulden. Hij begint meteen een nieuwe verzameling bij elkaar te brengen, die nog groter wordt dan de eerste en al snel even vermaard is bij geleerden en verzamelaars. Hij stelt zijn collectie ook open voor wetenschappelijk onderzoek. Onder de vele geleerden die Seba regelmatig bezochten, was ook Linnaeus. Hij achtte Seba's collectie van groot belang en onderdelen ervan hebben een grote rol gespeeld bij zijn systematische beschrijving van de natuur.
Rond 1725 besluit Seba zijn collectie te publiceren. De eerste twee delen zien het licht in 1734 en 1735. Als Seba in 1736 overlijdt, zijn de laatste twee delen nog niet uit; deze verschijnen pas in 1758 en 1765. De collectie zelf is dan inmiddels na een veiling in 1752 over heel Europa verspreid. Behalve voor de systematische ordening had hij ook oog voor een esthetische presentatie. De uitgave is op het gebied van de natuurlijke historie een van de belangrijkste achttiende-eeuwse werken. [KB]

Albert Speer , Duits architect en politicus, (Mannheim 19-3-1905, Londen 1-9-1981)

Hij organiseerde de entourage voor massabijeenkomsten van de NSDAP (waarbij hij veelvuldig gebruik maakte van licht), ontwierp een nieuwe bebouwing van het congresterrein te Neurenberg, verbouwde de rijkskanselarij te Berlein en werd in 1937 inspecteur-generaal voor de bouwnijverheid in de rijkshoofdstad. Als zodanig was hij speciaal belast met de uitvoering van Hitlers plannen voor een grootscheepse verbouwing van Berlein. In 1941 kreeg Speer een belangrijke taak op het gebied van het oorlogstransportwezen. Op 9 februari 1942 volgde hij de overleden Todt op als rijksminister voor Bewapening en Munitie en als inspecteur-generaal voor het wegennet en voor water en energie. Voorts was hij leider van de Organisation Todt en sedert 1943 rijksminister voor bewapening en oorlogsproductie. Als zodanig was hij verantwoordelijk voor de overschakeling op de totale oorlogseconomie. Begin februari 1945 verzette hij zich tegen Hitler, toen deze de tactiek van de verschroeide aarde ging volgen. Tijdens de Neurenbergse processen werd hij tot twintig jaar gevangenisstraf veroordeeld op grond van het feit dat hij voor zijn diensten slavenarbeiders had gebruikt.
In 1966 volgde zijn vrijlating uit de gevangenis van Spandau. In drie sedertdien gepubliceerde boeken geeft een boetvaardige Speer zijn visie op het nationaal-socialistische Duitsland en zijn rol daarin. Dat hij, zoals hijzelf beweerde, een apolitiek technocraat was, die zonder dat te beseffen een moorddadig regime had gesteund, is op basis van minutieus onderzoek na zijn dood onwaarschijnlijk gebleken. [WP]

Albert Verwey, Nederlands letterkundige (1865 – 1936)

Albert Verwey was dichter en geleerde. Als dichter stond hij aanvankelijk sterk onder invloed van Willem Kloos, maar allengs ontdekte hij een eigen weg, die hem overigens naar een nogal abstracte en verstandelijke poëzie leidde. Als geleerde doceerde hij van 1924 tot en met 1935 in Leiden. Verwey schreef overigens ook essays, vertaalde Dante, gaf het verzameld werk van Vondel uit in een volkseditie, en was op nog allerlei andere manieren actief in 'de Letteren'. [DD]

EN VERDER …
Baantjer, Albert C., schrijver detectives
Dalfsum van, Albert, toneelspeler
Van Dyck, Albert, toneelspeler?
Ellis, Albert, 1913 - , beroemd psycholoog
Hahn, Albert, graficus
Helman, Albert, schrijver
Herring, Albert
Hofman, Albert, ontdekker van LSD
Kahn, Albert, 1844 – 1914 archtitect
Korda, Albert, fotograaf Che Guevarra
Mol, Albert ,tv-persoonlijkheid
Moravia(?), Alberto, Itatiaans schrijver
Neuhuys, Albert, architect
Plasschaert, Albert August, 1869 - 1941
Van Raalte, Albertus, predikant emigrant
Roussel, Albert ,1869 – 1937
Stifter, Adalbert, Tsjechisch schilder
Tomba, Alberto, skieër
Uderzo, Alberto, striptekenaar, Astrix
Verwey, Albert schrijver
Visser, Albert, radio en tv persoonlijkheid
West, Albert, zanger
Wetterman, Albert, op 7-7-1837 de laatste Nederlander die is opgehangen.


terug