De Nobelprijs is de eerste internationale prijs die sinds 1901 jaarlijks wordt uitgereikt voor personen die zich verdienstelijk hebben gemaakt op het terrein van de fysica, scheikunde, medicijnen, literatuur en de vrede. In 1968 stelde de Bank van Zweden ook een prijs voor de economie in. Tot 1968 konden meer dan drie personen de prijs ontvangen, hoewel dit nooit voorgekomen is. Sinds 1968 mogen maximaal drie personen de prijs delen.

Albert Camus , Algerijns schrijver (Mondovi (Algerije), 7 november 1913 – 4 januari 1960)

Zijn familie behoorde tot de werkende klasse. Hij verbleef de eerste jaren van zijn leven in Noord Afrika, waar hij werkte in verschillende banen - bij een weerstation, in een auto-assemblagefabriek, en bij een scheepvaartmaatschappij – om zijn studie aan de Universiteit van Algiers te betalen. Zijn verslag van de positie van de moslims in de regio Kabylie bracht de Algerijnse regering in actie en daardoor kreeg hij publieke aandacht. Van 1935 tot 1938 runde hij het Theatre de l' Equipe, een theatermaatschappij die stukken bracht van Marlaux, Gide, Sygne, Dostojevski en anderen.
Gedurende de Tweede Wereldoorlog was hij een van de prominente schrijvers van het franse verzet, en redacteur van Combat, toen een belangrijke ondergrondse krant. Camus was altijd erg actief in het theater, en vele van zijn stukken zijn gepubliceerd en gespeeld.
Zijn werk, fictie (De Vreemdeling, De Plaag, De Val en Vlucht en het Koningrijk), filosofische essays (De mythe van Sisyphus en de Rebel) en zijn toneelstukken hebben hem van een prominente plaats is de franse literatuur verzekerd. In 1957 ontving Camus de Nobelprijs voor de literatuur. Op het toppunt van zijn kracht, maakte zijn plotselinge dood als gevolg van een autoongeluk op 4 januari 1960 een einde aan de carrière van een van de belangrijkste literaire figuren in het westen. [MB]

 

Albert Einstein, natuurkundige (Ulm 14 maart 1879 - Princeton, NJ.-VS, 18 april 1955)

Theoretisch fysicus, een van de grootste fysici aller tijden, vooral beroemd geworden door zijn relativiteitstheorie. Deze theorie bracht niet alleen een totale omwenteling teweeg in de fysica, maar had door zijn nieuwe opvattingen over ruimte en tijd ook daarbuiten enorme invloed. Einstein was van geboorte Duitser, verwierf de Zwitserse nationaliteit en doceerde aan de Technische Hogeschool Zürich elektrotechniek. Van 1903 tot 1909 was hij werkzaam bij de Octrooiraad te Bern; daarna was hij hoogleraar in de theoretische fysica aan de Universiteit van Zürich (1909-1911), van Praag (1911-1912) en aan de Technische Hogeschool te Zurich, In 1913 werd hij gekozen tot lid van de Akademie der Wissenschaften te Berlijn. In 1914 verkreeg hij weer de Duitse nationaliteit en werd hoogleraar in de fysica aan de universiteit te Berlijn (1914-1933) en directeur van het Kaiser Wilhelm Institut für Physik. In 1920 werd hij ook bijzonder hoogleraar te Leiden, feitelijk tot tegen Tweede Wereldoorlog, officieel tot 1946. In 1933 bij het aan de macht komen van de nazi's, deed Einstein, jood en zionist zijnde, afstand van het Duits staatsburgerschap, trok zich terug uit de Berlijnse Akademie en vestigde zich na een kort verblijf in België en Engeland in de Verenigde Staten, waar bij hoogleraar in de theoretische fysica werd aan het Institute for Advanced Study te Princeton N.J., tot zijn emeritaat in 1945. In 1941 werd hij genaturaliseerd tot burger van de Verenigde Staten.
In 1905, op 26-jarige leeftijd, publiceerde Einstein in de Annalen derPhysik drie artikelen, die elk voor zich van fundamenteel belang zouden blijken te zijn:
a. een artikel waarin het foto-elektronisch effect verklaard werd. Einstein stelde de hypothese der lichtquanten (fotonen) op, die thans een van de grondslagen van de moderne atoomfysica is geworden. Voor zijn verdiensten voor de theoretische fysica en speciaal voor zijn ontdekking van de wet voor het foto-elektronisch effect wordt hem in 1922 de Nobelprijs voor natuurkunde voor 1921 toegekend.
b. een artikel waarin de Brownbeweging theoretisch verklaard werd. Hiermede leverde Einstein het definitieve bewijs voor de juistheid van de kinetische gastheorie en voor het bestaan van moleculen.
c. een artikel getiteld Zur Elektrodynamik bewegterKörper, dat de grondslagen bevat van de speciale relativiteitstheorie. Einstein werkte deze verder uit en voorspelde enige effecten waaraan de theorie getoetst kon worden.
In 1916 verscheen Die Grundlagen der allgemeinen Relativitätstheorie, die tevens een nieuwe gravitatietheorie inhoudt. In populaire vorm beschreef hij zijn theorieën in Über die spezielle und die allgemeine Relativitätstheorie (Nederlandse vertaling: Relativiteit, speciale en algemene theorie, 1978). Vanaf 1929 werkte bij aan een algemene veldtheorie, die zwaartekracht- en elektromagnetische effecten tot één systeem zou moeten verbinden.
Ook op vele andere gebieden van de fysica leverde Einstein belangrijke bijdragen. Genoemd worden hier slechts zijn werk over soortelijke warmte, emissie en absorptie van straling, viscositeit, de Bose-Einstein-statistiek en de grondslagen van de quantummechanica. Toen in 1939 enkele Amerikaanse fysica het plan opvatten de kernbom te ontwikkelen, verzochten zij Einstein als gezaghebbend fysicus een brief te schrijven aan president Roosevelt en deze te wijzen op de mogelijkheden van de kernsplijting voor het ontwerpen van een militair wapen. Dit werd inderdaad de aanleiding tot de fabricage van de kernbom. Na de verwoesting van Hiroshima in 1945 werd Einstein een militant voorvechter voor internationale vrede. Hij was een leidende figuur van de Liga für Menschenrechte en een actief zionist. Als mens was Einstein idealist, gekant tegen alle vormen van autoriteitsdwang en militarisme; op godsdienstig gebied vrijdenker. Zijn grote populariteit was mede te danken aan zijn sociale bewogenheid, integriteit, eenvoud, humor en beminnelijkheid. [WP]

 Albert Fert, natuurkunde 2007.

  Albert Lutuli, Afrikaans leider (Zuid Rodesie 1898 – Stanger 21 juli 1967)

Zoon van een hoofdman (christelijke zendeling), bezocht het Adams Mission Station College in Groutville en werd daarna directeur van deze instelling tot 1952. In 1946 werd hij lid van het African National Congress (ANC) en in 1952 president van die organisatie. In deze functie verwierf Lutuli zich groot gezag. Verscheidene malen werd hem door de Zuidafrikaanse regeling een spreekverbod opgelegd. Sinds 1959 werd hem verboden zijn woonplaats Stanger te verlaten. Hij was een van de voornaamste beklaagden bij het Hoogverraadproces van 1956 tot 1961. Lutuli streefde, in de geest van Gandhi en Martin Luther King, naar een geweldloze bestrijding van de rassendiscriminatie. Om zijn inspanningen voor dat doel te eren werd hem in 1961 de Nobvelprijs voor de vrede toegekend. De regering Verwoerd werd door de publieke opinie gedwongen Lutuli's verbanning op te heffen en hem in de gelegenheid te stellen de prijs in Oslo in ontvangst te nemen. [WP]

 

terug