Tussen haken [XX] staat de bron.

Albertus van Saksen, ( of: van Helmstadt, Albertus Pavus), (Rikmersdorf 1316, Halberstadt 1390)
Duits geleerde, scholasticus en aanhanger van het nominalisme. Hij studeerde te Praag en Parijs. Doceerde te Parijs waar hij rector werd aan de Sorbonne (1353). Hij was mede oprichter van de Weense universiteit, waarvan hij eveneens het rectoraat waarnam (1365). Hij stierf als bisschop van Halberstadt.
Hij becommentarieerde de natuurwetenschappelijke geschriften van Aristoteles en trachtte de wet van de vrije val te vinden. Hij heeft zich al beziggehouden met de wiskundige formulering van natuurwetten. Zijn werk heeft invloed gehad op Leonardo da Vinci en Galileï. Zijn talrijke natuurwetenschappelijke en filosofische werken tonen ons echter een denker van zeer geringe betekenis en zonder enige originaliteit.[GNL, WP, Engelse stuk]

Albertus, Erasmus (Bruchenbrücken, Hessen ca. 1500 – Neubrandenburg 5 mei 1553)
Duits schrijver en theoloog. Schreef als aanhanger van Luther polemische geschriften, hekeldichten en fabels tegen de Rooms Katholieke kerk.

Albertus Gandinus of De Gandino (Crema 1245 – na 1310)
(In het italiaans: dei Gandini, of Alberto Gandino)
Italiaans rechtsgeleerde. Studeerde te Padua, maar verwierf geen doctorsgraad. Vervulde daarna rechterlijke functies in vele steden. Hij behoorde tot de zogenoemde postglossatoren , die het Romeinse recht probeerden aan te passen aan de praktijk van het toemalige leven. Albertus schreef een tractatus de maleficiis , een eerste systematische behandeling van het strafrecht. Questiones statutorum vormen het eerste wetenschappelijke werk over stedelijke wetgeving. Het Tractatus heeft tot in de zestiende eeuw een grote verbreiding gekend. [GNL, WP]

Alberti, Leon Battista (Genua 18 febr. 1404 - Rome 15 april 1472)

Zelfportret, plakette in brons

Italiaans humanist, wiens veelzijdigheid als schrijver, kunsttheoreticus, architect en wetenschappelijk onderzoeker ertoe leidde dat hij een prototype werd van een homo-universalis, het ideaalbeeld van de renaissance kunstenaar. Alberti stamde af van een voornaam Florentijns geslacht, studeerde rechten, natuur- en wiskunde te Parijs en Bologna, bekleedde vanaf 1432 verschillende ambten in Rome en maakte reizen in opdracht van of als begeleider van de paus.
Als schrijver heeft hij een enorme invloed uitgeoefend. Hij bediende zich zowel van de Latijnse als van de Italiaanse taal. In 1441 toonde hij met een prijswedstrijd aan, dat de volkstaal (dwz. het Italiaans) zich op volkomen gelijke voet met het Latijn kon meten ten dienste van ieder, ook het meest verheven onderwerp. Hij schreef ruim veertig werken over uiteenlopende onderwerpen: over schilderkunst, Della pitturra (1436), over beeldbouwkunst, De sculptura (na 1464, over o.a. de proportieleer van het menselijk lichaam); over gezinsleven, met name opvoeding, huwelijk en ouderplichten, Della famigila (1437-1441); over de gelijkenis tussen het leven in het gezin en in de staat, De iciarchia ; adviezen voor de gemoedsrust, Tranquillità dell' anima (1442); een Italiaanse grammatica. Voorts erotische poëzie, fabels, pedagogische en autobiografische dialogen, een blijspel (Philodoxis), eclogen, een heiligenleven, enz.
Alberti is met Brunelleschi, de belangrijkste architect van de vroege renaissance. Hij schreef tien boeken over bouwkunst, De re aedificatoria libri X (ca. 1450), geënt op de ideeën van Vitruvius. Daarnaast was hij praktisch werkzaam en beïnvloedde hij m.n. de Florentijnse architectuur. Hij gaf aan het palazzo een nieuw uiterlijk door aangepaste pilastergeledingen bij de verdiepinghoogten (Palazzo Rucellai, 1446, in 1451 door Bernardo Rossollino voltooid). Voor het exterieur van de kerk van San Francesco te Rimini gebruikte hij vormen ontleend aan de klassieke triomfboog van Augustus in deze stad; in opdracht van Sigismondo Malatestiano verbouwde hij de kerk tot een grafmonument voor diens familie en de humanisten aan zijn hof (Tempio Malatostiano, ca. 1450, onvoltooid). Herinneringen aan het motief van de triomfboog zijn nog te bespeuren aan de facade van de Santa Maria Novella (1456-1470) te Florence: de reeds gotisch voltooide benedengeleding deelde Alberti in door middel van een hoge en brede middenboog en door vier zuilen naar klassiek voorbeeld, die een breed horizontaal fries dragen. Het geheel bekroonde hij door een tempelfront met vier vlakke pilasters, ingevat tussen twee machtige voluten. In Mantua bouwde hij twee kerken: S. Sebastino (1460 vv.) met een plattegrond in de vorm van een Grieks kruis en Sant' Andrea (1472, pas in de 18de eeuw geheel voltooid), met een vieringkoepel en een grondplan in de vorm van een Latijns kruis. Dwarspand en koor ontbreken. Het schip loopt uit in een absis, terwijl de zijbeuken zijn vervangen door naar het schip geopende zijkapellen. De facade bestaat uit een ingenieuze combinatie van klassiek tempelfront, triomfboog-motief en kolossale orde. De schema's van beide kerken in Mantua zijn veel nagevolgd, vooral in de barok. [ WP]

Martin Albertz., (Halle 7 mei 1883 – 29 december 1956)
Duits theoloog, hoogleraar voor het Nieuwe Testament aan de Kirchliche Hochschule te Berlijn. Is onder meer belkend als exponent van de vormgeschiedkundige school en wegens zijn rol in de Bekennende Kirche.

Albrecht van Halberstadt
Hij begon in 1210 te Jechaburg in Thüringen de bewerking in Middel Hoogduits van Oividius' Metamorphosen volgens de nieuwe kunst van Veldeke. Hij was waarschijnlijk scholaster en koorheer van het klooster te Jechaburg. Zijn werk is alleen behouden in Georg Wickram's omwerking (Colmar 1545). [KE]

Albrecht van Kemenaten
Zwabisch dichter uit de 13 e eeuw. Aan hem worden vier epische gedichten in 13-regelige strofen uit de cyclus van Dietrich von Bern toegeschreven: Goldemar, Sigenot, Ecken Ausfahrt en Virginal. Alleen Goldemar komt hem zeker toe. Er zijn slechts fragmenten bewaard gebleven. [KE]

Albrecht van Scharfenberg
Middel-Hoogduits dichter uit Beieren. Zijn epische werken (Merlin en seifried de Ardemond), zijn alleen bewerkingen van Ulrich Füetrer (circa 1490) bewaard gebleven. Waarschijnlijk dichter ‘Albrecht' van de jongere Titurel (circa 1272)? [KE]

Jacob Albrecht (Albright) , Amerikaanse godsdienstige leider
Geboren 1 mei 1759 te Pottstown in Pennsilvanië, overleden 18 mei 1808.
Stichter van de sekte Evangelical Association, thans Evangelical Church genoemd. Hij was een Pennsivanische Duitser, gedoopt in de Lutherse kerk. Aanvankelijk - werkzaam op het land en in de steenbakkerij – leidde hij een weinig stichtend leven. De dood van een aantal van zijn kinderen bracht hem tot nadenken en het was in die omstandigheden voor de legerpredikant Adam Riegel niet moeilijk hem tot een ander inzicht te brengen en in 1790 tot aansluiting bij de Methodisten te bewegen.
Sinds 1796 begon hij uit eigen beweging als prediker rond te trekken en de Duitse nederzettingen voor het Methodistisch geloof te winnen. Hij verenigde zijn aanhangers tot klassen, waarvan vertegenwoordigers hem in 1803 tot predikant beriepen. Aan de stichting van een aparte sekte dacht hij in die dagen nog niet. De eerste jaarlijkse bijeenkomst in november 1708 te Mülbach gehouden, droeg echter de naam ‘Nieuw-gereformeerde Methodisten conferentie'. Hier werd hij tot bisschop gekozen en ontving hij de opdracht de geloofsleer op te stellen en een kerkore te ontwerpen. Noemden zijn aanhangers zich sinds 1809 Albrechtsleute, in 1816 kwam de naam ‘Evangelical Assocation' of ‘Evangelische Gemeenschap' in gebruik, die weldra ook onder de engels sprekende Amerikanen aanhangers vond en zich sinds 1850 over Duitsland en sinds 1866 over Zwitserland verspreidde. Zij telde in 1930 ongeveer 200.000 leden in Amerika, verdeeld over 33 conferenties, enkele duizenden in de missielanden Japan, China en Soedan en bijna 39.000 in Europa, voornamelijk Duitsland (25.000) en Zwitserland (8.200). [KE] terug