De naam Albert is algemeen voorkomende germaanse naam. De naam heeft twee stammen:
•  Adel
Is als eerste lid in germaanse persoonsnamen zeer oud en daardoor algemeen germaans. Zoals blijkt uit adel- en edel- kwam naast athal-, athil voor. Het is waarschijnlijk een afleiding van een stam ath* ‘goed' en de oorspronkelijke betekenis is ‘voornaam geslacht'. Werd al vroeg in het oud-saksisch in de 12 e eeuw verkort tot al-.
•  Bert
Verkortingen van de germaanse namen met Bert- of –bert betekenen ‘stralend, glanzend'.

Albert betekent dus: door adel schitterend, of edel schitterend. Vele prinsen, militaire leiders en kerkelijke leiders droegen de naam Albert.

Komt als vleinaam voor als Bert en Al (in het engels) en vouwelijk als Alberta of Albertine (de latijnse vorm). De oud duitse vorm is Adalbert, de oud engelse vorm is Aethelbeorht [Hanks].
De naam Albert komt veelvuldig voor in Zeeuwsvlaanderen (bijvoorbeeld Overslag) bij kinderen die tussen 1914 en 1918 geboren werden.
De franse volksvorm was Aubert . De oude naam van Bloemendaal: Aelbrechtsberge, komt in oude franse bronnen voor als Mont-Aubert. In het frans werd de latere vorm Albert uit het duits overgenomen. De ‘forme savante' Adalbert is nog in gebruik bij aristocratische families (Dauzat).
In engels sprekende landen werd de naam populair toen in 1840 Vicoria trouwde met Prins Albert van Saksen Coburg. De populariteit nam af na zijn dood in 1920.

Als voornaam al bekend van koning Aethelbert I van Kent († 616) en koning Aethelbert II van Wessex († 865). Adelbert of Athelbert van Engeland († 741) hielp Willibrordus het geloof verkondigen in Friesland en werd later aartsdiaken van Utrecht.
De naamvorm Albrecht komt minstens twaalf keer voor in regerende dynastieën tussen 1250 en 1900, voornamelijk in Duitsland en Oostenrijk. In kerkelijke kringen was er ten tijde van paus Pascalis II († 1102) een tegenpaus die de naam Albertus aanhield en kende men een eeuw later de Duitse bisschop Adalbert van Mainz († 1137). [Van Rooyen]

Varianten

Nederland
Mannelijk: Aalbert, Aalbertus, Aalbrecht, Ab, Adalbert, Adalbertus, Adelbert, Adelbrecht, Aelebert, Albart, Albartus, Alberd, Alberdinus, Albertinus, Albertus, Albrecht, Alibert, Ap (Groningen), Apke (Groningen), Appe, Appie (Groningen), Berrie, Bert, Berten (Westvaanderen), Bertus, Edelbert, Edelbert, Edelbertus, Elbartus, Elbert, Elbertus, Elbregt, Elibert, Elibertus.
Vrouwelijk: Aalberta, Aalbertje, Aalbrechta, Aalbrechtje, Adelberta, Alberda, Albarta, Alberdien, Alberdiena, Alberdina, Alberdine, Alberta, Albertien (Drenthe) Albertina, Albertine, Albertje (Drenthe), Albertsje (Friesland), Albordina, Albrechta, Albrechtina, Allebarta, Berta, Bertha, Elberdina, Elberta, Elbertha, Elbertje, Elbregtje, Ellyberthe.

Bijzondere vormen
Appe te Vriezenveen
Elibart te Tiel
Elbert in bijvoorbeeld Hoevelaken en deTielerwaard
Adelbertus te Egmond-Binnen

Internationale variaties
De naam Albert komt in veel West-Europeese landen voor en kent daarom vele variaties.

Voornamen
Adalbert: oud germaans, tsjechisch?
Albertus: latijn
Albrekt: zweeds

Achternamen (bron: Hanks)
Engels: Al(l)bright
Normandisch: Aubert
Nederduits; Aber(t), Allebrach
Frans: Auber(t), Aubé, Aubey
Duits: Albrecht, Brecht (aphetic??), Obrecht, Obert (Zwitserland), Olbricht, Ulbricht, Ulbrich (Saksen, Silezië)
Fries: Alpert
Vlaams: Albrecht, Aebracht, Ol(l)brecht,
Polen: Olbrycht, Olbrysz
Italiaans: Alberto, Aliberto, Alberti, Aliberti, Aliperti, Liberti
Spaans: Alberto, Albertos,
Portugees: Alberto

Verkleind:
Frans: Aubertin, Auberty, Auberton, Aub(e)lin, Aub(e)let,
Provence : Alberty
Italiaans: Albertini, Albert(in)elli, Albertol(l)i, Albertotti, Albertocci, Albertuzzi, Libertini, Libertucci
Duits: Abel, Ap(p)el, Opel (Saksen), Elbel, Etzel (Beieren, in de VS: Edsel) Abe(r)le, Abe(r)li(n), Oberlin, Able (Zwitserland)
Nederduits: Abb, Ab(b)eke,
Fries: Ab(b)ema

Partoniemen
Engels: Alberts
Frans: D'Albert
Italiaans: D'Alberti, De Albertis, De Liberto
Duits: Alberding, Allerding, Albrink
Nederduits: Albers
Fries: Alpers
Vlaams: Aebrechts, Olbrechts
Nederlands: Alberts, A(a)lbers
Noorwegen, Denemarken: Albrechtsen, Albertsen
Polen: Olbrychtowicz

dimunitive patroniemen (?)
Nederduits: Abbing, Ab(b)en, Ab(e)ken, Abeking

Augmentative
Italiaans: Albertoni

Pejorative
Italiaans: Albertazi

Duitsland
In Duitsland is Adalbrecht vervormd tot Albrecht, soms afgekort tot Albret of Albrech. Komt vanaf ongeveer 1350 in Duitsland voor. In de periode 1300 tot 1600 ook Albrich(t) [Brechenmacher].
Opel: spreektaal voor Apel. Dit is weer een verkorte naam voor Albrecht. Komt in de periode 1200 tot 1400 voor in Thüringen en Franken. [Bahlow]
Ulbricht

Engeland
De Noormannen hebben de naam Adalbrecht geïntroduceerd in Engeland. [BN]. Aethelbert is een oude Engelse vorm van Albert.

Frankrijk
In Frankrijk is de Germaanse vorm Athal (is: nobel) vervormd tot Adal en verder in de middeleeuwen tot Aubert. Albert is de moderne Duitse naam. [Dauzat]

Literatuur over de naam Albert
J.K. Brechenmacher, Etymologisches Wörterbuch der Deutschen Familiennamen, Limburg a.d. Lahn, 1957/60.
Albert Dauzat, Les noms de famille de France, Paris, 1977.
Lesly Dunklin en William Gosling, First names, New York , 1983.
Patrick Hanks en Flavia Hodges, Dictionary of surnames, Oxford , 1988.
Le petit Robert, Dictionnaire illustré des noms prophes, Paris 1995.
Marc van Rooyen, Het groot voornamenboek, Jabbeke (B), 1987.
Dr. J. van der Schaar, Voornamen, Utrecht, 1992.
terug