Er zijn diverse adellijke geslachten en vorstenhuizen waarin de naam Albert voorkomt. Vooral in Duitsland is dit het geval. De volgende tabel geeft een overzicht van alle Europese landen. Enkele adellijke titels:
* Aartshertog: een hertog van hogere rang. Titel van prinsen van het keizerlijk huis van Oostenrijk.
* Hertog: legeraanvoerder, hoge adelijke titel.
* Graaf: adelijke titel.
* Keurvorst: titel van de zeven vorsten in het Heilige Roomse Rijk (ca. 800 - 1806) die stemgerechtigd waren bij de keuze van de Rooms-Koning. Deze kon weer verheven worden tot Duits keizer.
* Margkraaf: regeerder van een mark (markies).
Tussen haken [XX] staat de bron.

naam

bijnaam

leefde

titel

België   

Albert I

 

1875 – 1934

Koning

Albert II

 

1934 -

Koning

Namen   

Albert I

 

+ 1000

Graaf

Albert II

 

† 1065

Graaf

Albert III

 

1063 – 1105

Graaf

Duitsland

   

Albrecht I

 

1255 - 1308

Koning van Duitsland en Oostenrijk

Albrecht II

 

1397 – 1439

Koning van Duitsland, Oostenrijk (als Albrecht V), Bohemen, Hongarije en Luxemburg

Albrecht III

de Vrome

1401 – 1460

Koning van Duitsland

Albrecht IV

de Wijze

1447 – 1508

Koning van Duitsland

Albrecht V

de Grootmoedige

1528 – 1579

Koning van Duitsland (is Albrecht V Beieren?)

Beieren

   

Albrecht

 

1330 – 1404

Hertog, ruwaard van Holland, graaf van Holland en Henegouwen

Albrecht V

de Grootmoedige

1528 – 1579

Hertog van Beieren

Brandenburg

   

Albrecht I

de Beer

1100 - 1170

Markgraaf

Albrecht III

Achilles

1414 – 1486

Markgraaf en Keurvorst

Brandenburg - Kulmbach

  

Albrecht

Alcibiades

1522 – 1557

Markgraaf

Albrecht I

de Grote

1236 - 1279

 

Maagdenburg

   

Albrecht I / II

 

1170 - 1232

Aartsbisschop

Mainz

   

Albrecht II

 

1490 - 1545

Markgraaf

Mecklenburg

   
Albrecht III  

1340 - 1412

Hertog, Koning van Zweden

Albrecht VII

de Schone

1486/8 - 1547

Hertog

Meissen    

Albrecht I

de Trotse

1158 - 1195

Markgraaf

Albrecht II

de Ontaarde

1240 - 1314

Markgraaf

Nassau    
Albrecht  

1537 - 1616

Graaf

Albrecht  

1596 – 1626

Graaf

Pruisen    

Albrecht

 

1490 – 1568

Markgraaf

Albrecht

 

1837 – 1906

Prins

Saksen    

Albrecht

De Moedige

1443 – 1500

Hertog

Albrecht III

(is de vorige??)

 

Hertog

Albert

 

1828 - 1902

Koning van Saksen

Saksen-Teschen

  

Albrecht

Kasimir

1738 – 1822

Hertog

Würtenberg    
Albrecht  

1865 – 1939

Hertog

Engeland    

Aethelbert II

 

560 - 616

Koning van Kent

Aethelbert I

 

836 - 866

Koning van Wessex

Monaco    

Albert I

 

1848 - 1922

Prins

Albert II   

Prins

Nederland   
Albertine Agnes  11634 - 1696  
Oostenrijk    

Albrecht I

 

1255 – 1308

Koning van Duitsland en Oostenrijk

Albrecht II

de Lamme, de Wijze

1298 – 1358

Hertog

Albrecht III

 

1349 – 1395

Hertog

Albrecht V

 

1397 – 1439

Hertog, koning van Duitsland (als Albrecht II), Oostenrijk, Bohemen, Hongarije en Luxemburg

Albrecht VI

 

1418 – 1453

Aartshertog

Albrecht VII

 

1559 – 1621

Aartshertog van Oostenrijk en de Nederlanden

Albrecht  

1817 – 1895

Aartshertog

Polen    

Albrecht II

  

Koning van Polen

Zweden    
Albrecht  

1340 – 1412

Hertog van Mecklenburg, Koning van Zweden

Overige   
Prinses Louise Caroline Alberta   1848 - 1939 Princes van het VK, hertogin van Argyll

Bronnen : o.a. [MEY], [MEE] begin pagina

 

BELGIË
Albert I, koning van België

Geboren als Leopold Clement Marie Meinrad in Brussel 1875, overleden Marche-les-Dames 1934. Koning der Belgen van 1909 – 1934, Prins van België. Zoon van Filips, graaf van Vlaanderen en van Maria van Hohenzollern-Sigmaringen. Gehuwd in 1900 met Elisabeth Wittelsbach, prinses van Beieren.
Hij is vernoemd naar de heilige Albertus van Haigerloch die leefde van 1239 tot 1311 (zie aldaar) en voerde daarom 26 november in als koningsdag.
Als jongeman maakte hij verscheidene grote reizen (VS, 1898; Kongo, 1909). Door de dood van zijn broer Boudewijn volgde hij in 1909 zijn oom Leopold II op en legde als eerste Belgische vorst de grondwettelijke eed in beide landstalen af. Door bezoeken aan Frankrijk en Duitsland trachtte hij de neutraliteit van België te beveiligen. In 1913 droeg hij persoonlijk bij tot de invoering van de algemene dienstplicht. Bij het uitbreken van de eerste wereldoorlog dwong hij bewondering af door zijn vastberaden optreden: hij verwierp het Duitse ultimatum, stelde zich aan het hoofd van het leger en organiseerde een doeltreffende verdediging van het grondgebied. De legendarisch geworden koning-ridder werd door de geallieerden als symbool voor de rechtmatigheid van hun oorlogvoering aangewend. Albert zelf verafschuwde de oorlog; hij was van mening dat België door zijn strategische positie betrokken was geraakt in een conflict tussen het Britse imperium en het Duitse keizerrijk, met de wereldhegemonie als uiteindelijke inzet. Deze overtuiging bepaalde het beleid van de Belgische vorst en leidde meermalen tot meningsverschillen of misverstanden met de geallieerden. Dit kwam vooral tot uiting in de standvastige weigering van de vorst, het Belgische leger onder geallieerd opperbevel te plaatsen. Hij was ook terughoudendheid met betrekking tot de deelneming van de Belgische strijdkrachten aan geallieerde offensieven. Overigens was het de vaste overtuiging van Albert dat de offensieve strategie kansloos was en het beleid van een totale oorlogsinspanning een zwaar politieke fout. Hij was zelf een van de weinige staatshoofden die niet uit het oog verloor dat oorlogvoering dienstbaar moest zijn aan vredesbesprekingen. Onenigheid bestond er ook over de vraag waar de geplande offensieven moesten plaatsvinden. De vorst verwierp elk voorstel van offensief optreden over het Belgisch grondgebied. Voorts beschouwde hij het als zijn plicht aan te dringen op de onschendbaarheid van wat aan Belgisch grondgebied overbleef. Zelfs met zijn eigen ministers, die vatbaar bleken voor annexatiebeloften van de zijde van Frankrijk, ondervond de koning herhaaldelijk moeilijkheden.
Na de oorlog aanvaardden de Belgische politieke partijen zijn bemiddeling telkens als er een ernstig sociaal of taalconflict ontstond. Zo werd het algemeen eenvoudig kiesrecht (1919) en de vernederlandsing van de Gentse universiteit (1930) onder zijn bestuur doorgevoerd. Het nationaal Fonds voor wetenschappelijk onderzoek werd in 1927 op zijn inititief opgericht.
Bij een rotsbeklimming te Marche-les-Dames kwam Albert tragisch om het leven. Uit zijn huwelijkwerden drie kinderen geboren: Leopold III (1901), Karel (1903) en Marie-José (1906).

Vernoemd naar koning Albert I zijn:
Albert: herinneringskruis van het huis van de koning.
Een eervolle Belgische onderscheiding die op 10 mei 1934 door koning Leopold III na het overlijden van koning Albert werd ingesteld.
Albert: herinneringsteken
Ter herinnering van de honderdste verjaardag van 's lands onafhankelijkheid en van de twintigste verjaring van de troonsbeklimming van de koning. Belgische eervolle onderscheiding die op 20 juli 1930 door koning Albert werd ingesteld.
Albert: medaille van de koning.
Belgische onderscheiding die in 1919 werd ingesteld. Op de medaille staat koning Albert I voorgesteld. Het lint heeft de nationale kleuren zwart, geel en rood.
Albert I-bibliotheek, of: Albertina
Gebouwencomplex te Brussel dat de Koninklijke Bibliotheek van België en de daarbijbehorende documentatie- en onderzoekscentra herbergt. Het is gebouwd in de jaren 1954 – 1969 naar de plannen van de architecten R. Delers en J. Bellemans
Naar dit gebouw is het lettertype Albertina genoemd, ontworpen door Chris Brand. [LR, WP]

Albert II, koning van België
Geboren in 1934. Hij huwde als prins van Luik in 1959 met de Italiaanse prinses Paola (geboren in 1937), dochter van prins Fulco van Ruffo di Calabria. Uit hun huwelijk werden drie kinderen geboren: Filip in 1960, Astrid in 1962 en Laurent in 1963. Na de plotselinge dood van koning Boudewijn in 1993 volgde Albert, na enige aarzeling, zijn broer op. terug

NAMEN
Geef korte inleiding: graven van Namen,…. Abert I - II – III
Voor kwartierstaten tot Karel de Grote: zie bestand Karel en zoek op voornaam Albert III. [LA]

Albert I
Graaf van Namen, einde van de tiende eeuw. Hij huwde met Ermengard, dochter van de hertog van Lotharingen (Karel van Frankrijk). Een document uit 992 vermeldt dat keizer Otto III hem opdroeg de abdij van Brogne te verdedigen. Sommige kroniekschrijvers schrijven hem de uitbreiding van de stad Namen toe, maar dit staat zoals veel andere gegevens uit zijn leven niet vast.

Albert II
Graaf van Namen, zoon van Albert I. Overleden 1065. Gehuwd met Regelindis, dochter van Gonzelo de Grote, hertog van Lotharingen. Hij herstelde de kerk van Saint-Aubain in Namen, en vergrootte en versterkte deze stad. Hij steunde keizer Hendrik III in diens langdurige strijd tegen Godfried de Moedige en Boudewijn van Rijssel en bestreed ook Theoduinis, bisschop van Luik.

Albert II
Graaf van Namen, zoon van Albert II. Leefde van 1063 tot 1105. Hij deed aanspraken gelden op het hertogdom Bouillon. Hij bevorderde de oprichting van het Tribunal de la paix van Luik en steunde Richildis van Vlaanderen en Arnulf in hun strijd tegen Robrecht de Fries. terug

DUITSLAND
Albrecht I van Habsburg
(1250 – 1 mei 1308) (of 1255??)
Rooms koning van 1298 tot 1308, oudste zoon van Rudolf I van Habsburg.

De keurvorsten weigerden aan het verzoek van Rudolf te voldoen om na zijn dood in 1291 Albrecht tot Rooms koning te kiezen. Zij gaven de voorkeur aan de zwakkeling Adolf van Nassau, wiens bestuur echter zoveel ontevredenheid wekte, dat hij op 23 juni 1298 werd afgezet ten gunste van Albrecht. Adolf weigerde in dat besluit van de keurvorsten te berusten, maar dolf het onderspit in de strijd die daarna tussen de mededingers ontbrandde. Hij werd op 2 juli 1298 bij Göllheim verslagen en gedood. Albrecht beklom nu de troon van zijn vader Rudolf, evenwel zonder dat hij door de anti-Frans gezinde Bonifatius VIII erkend was. Deze paus ergerde zich over Albrechts pro-Franse politiek, welke vooral tot uiting kwam in de overeenkomst die hij op 5 september 1299 sloot met Bonifatius' vijand Philips de Schone. Albrecht achtte het echter geraden het politieke roer om te werpen en die frontverandernig werd voor de paus aanleiding om hem in 1303 als Rooms-koning te erkennen. Nu hij eenmaal stevig in het zadel zat, openbaarde zich bij Albrecht een begeerte om zijn macht uit te breiden. Een poging om na het uitsterven van het Hollandse huis in strijd met de door Rudolf I gemaakte regeling Holland en Zeeland aan Jan van Henegouwen te ontnemen, mislukte tenslotte wegens hardnekkige tegenstand van Jan van Henegouwen. Het verzet van de keurvorsten tegen dit streven naar macht wist hij te breken door de rijkssteden met beloften voor zich te winnen. Meer succes haalde hij, al was het dan tijdelijk, toen zijn oudste zoon Rudolf na het uitsterven van het Boheemse koningshuis in 1306 tot koning van Bohemen en Moranië gekozen werd. Rudolf stierf nog geen jaar later en in plaats van Rudolfs broer Frederik kozen de Bohemers Hendrik van Karintië. Een poging om Meiszen voor zijn huis te winnen mislukte eveneens.
Albrecht was een somber man met een hard en weinig beminnelijk karakter. Hij was een goed veldheer en in zijn bestuur een goed organisator. Bij langere regering zou hij het aanzien van het huis Habsburg zeker aanzienlijk hebben verhoogd. De vervolgers van de Joden werden streng gestraft, een bewijs voor zijn verdraagzaamheid. Hij werd door een onterfde neef Johan van Zwaben (Parricida) bij de overtocht van de Reuss bij Brugg in Zwitserland vermoord. [KE]

Albrecht II, (10 augustus 1397 Wenen – 27 oktober 1439 Neszmely)

Gravure van Philipp Kilian

Rooms koning van 1438 – 1439. Albrecht was nog een kind toen zijn vader Albrecht IV stierf en hem Oostenrijk naliet. Door de bescherming van keizer Sigismund slaagde men er niet in zijn erfdeel te ontnemen. De keizer gaf hem bovendien in 1422 zijn enige dochter en erfgename Elisabeth ten huwelijk. Albrecht volgde hem einde 1437 als koning van Bohemen en op 1 januari 1438 na Sigismund's dood ook in Hongarije op. Hongarije beloofde hem trouw, maar om Bohemen moest hij wegens de daar heersende anarchie altijd blijven strijden. Op 18 maart 1438 werd hij door de keurvorsten eveneens tot Rooms-koning gekozen. Tegen die keuze hadden zij ondanks Albrechts macht en rijkdom geen bezwaar, omdat zij hun rechten door de Gouden Bul van 1356 voldoende gewaarborgd wisten. Met Albrecht kwam ondanks zijn éénjarige regering de keizerstitel weer voor eeuwen aan het Habsburgse huis. Zijn regering stond in het teken van de verdediging van Hongarije tegen de Turken en, wat kerkelijke gebeurtenissen betreft, van het Concilie van Konstanz en van de strijd tegen de Hussieten. In de strijd tegen de Turken overleed hij op de terugweg naar Wenen.
Wreed was onder zijn bestuur de vervolging van de Joden. Als katholiek vorst werkte hij hard aan de uitroeiïng van misbruiken, de bestrijding van de Hussieten en de verheffing van het godsdienstig leven. Daarvoor stichtte hij de orde van de Witte Adelaar, waarvan de leden strenge plichten op zich namen. [KE]

Albrecht III, de Vrome (München, 27 maart 1401 – München, 29 februari 1460)
Hertog van Bayern-München sinds 1438. Hij verhief zich tegen zijn vader hertog Ernst die de – waarschijnlijk in het geheim getrouwde - vrouw Agnes Bernauer van Albrecht in 1435 liet verdrinken. Keizer Sigismund bracht een verzoening tot stand. In 1437 trouwde hij Anna van Brunswijk-Grubenhagen. In 1440 weigerde hij van de kroon van Bohemen. Hij bevorderde kunst en wetenschappen en voerde samen met Nicolaas van Kues een hervorming in de Beierse kloosters uit. [MEY]

Albrecht IV, de Wijze ( München, 15 december 1447 – München 18 maart 1508)
Zoon van Albrecht III, regeerde alleen sinds 1467. Hij onderwierp het Nederbeierse ridderschap en probeerde vergeefs de Rijksstad Regensburg te mediatisieren . In de Landshutter Erfopvolgingsoorlog van 1504 – 1505 tegen keurvorst Ruprecht van Palts kon hij Boven- en Nederbeieren herenigen. In 1506 volgde de vastlegging van de ondeelbaarheid van Beieren en van de Primogeniturrechts Bed . Hij bevorderde kunst (renaissance) en wetenschappen. [MEY]

Albrecht V?
(Zoek de bron: is A V van Beieren?) terug

BEIEREN
Albrecht, hertog van Beieren (München, 1330 – Den Haag, 1404)
Zoon van keizer Lodewijk IV van Beieren en Margaretha, dochter van graaf Willem II van Holland en Henegouwen. Hij bestuurde van 1347 tot zijn dood het hertogdom Beieren en was tevens van 1358 tot 1389 ruwaard van Holland voor zijn krankzinnige broer Willem V. Hij was van 1389 tot 1404 graaf van Holland en Henegouwen. Als ruwaard steunde hij de Hoekse, als graaf, onder invloed van zijn maitraisse Aleid van Poelgeest, op de Kabeljauwse partij. De moord op Aleid van Poelgeest en de hofmeester Willem Cruser in 1392 veroorzaakte hevige onlusten en bracht A lbrecht in onmin met tal van groten, ook met zijn zoon en opvolger Willem VI. Zijn regering werd verder herhaaldelijk verontrust door oorlogen met de Friezen en met de heren van Arkel. Overigens bevorderde hij de welvaart van zijn gebieden en menige stad dankt hem belangrijke voorrechten. Hij gold als een ouderwets ridder en hield te Den Haag een luisterrijk hof. Bij zijn dood stak hij diep in de schulden. [KE] [munt in Westerheem, april 2002]

Albrecht V van Wittelsbach, de Grootmoedige, (München,1 maart 1528 – München, 4 oktober 1579)
Hertog van Beieren, katholiek strijder uit de tijd van de contrareformatie. Hij aanvaardde de regering na de dood van zijn vader Willem IV in 1550. Hij was gehuwd met een dochter van Ferdinand van Habsburg, de latere keizer Ferdinand I en maakte zich door de hereniging van de huizen van Wittelsbach en Habsburg sterk tegen het protestantisme. Zijn liefde voor kunsten en wetenschappen bezorgde hem de eretitel Magnanimus of de Grootmoedige. Zijn hof te München was een tehuis voor kunstenaars, aan wie hij verschillende opdrachten gaf tot verfraaiing van de stad. Dit eiste grote geldsommen en bracht het land onder een zware schuldenlast. Dit noopte hem tot toegevendheid tegenover de Stendenvergadering, waarin de adel vooral op inwilliging van zijn protestante eisen aandrong. Met het tanen van diens invloed werd Albrechts houding ten opzichte van het herstel van katholicisme gedecimeerd. In het begin was zijn optreden voor de contra-reformatie minder beslist en al wilde hij van een compromis-katholicisme niet weten, omdat daarbij alleen het protestantisme voordeel zou hebben, toch zag hij groot heil voor de katholieke zaak in het toestaan van het priesterhuwelijk en de lekenkelk. De communie onder twee gedaanten werd dan ook bij pauselijke breve van 1564 voor Beieren toegestaan, maar in 1574 weer verboden. Zijn grootste activiteit voor het katholicisme ontwikkelde hij na 1564. Van invloed zullen hierop zijn geweest zijn streng katholieke kanselier Simon Eck, halfbroer van de godgeleerde Johann Eck, de actie der Jezuiten. En de besluiten van het concilie van Trente.
Hele landstreken bleven door zijn zorgen een voorbeeld voor de katholieke kerk bewaard of werden daarvoor teruggewonnen. De aangewende middelen waren visitaties, missies van de Jezuiten, betere vorming van de clerus, onderwijzing van de jeugd en verspreiding van goede lectuur. Hij stond in groot aanzien bij de pausen. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Willem V. [KE] terug

BRANDENBURG
Albrecht I, de Beer (ca. 1100 Ballenstedt – 18 november 1170 Stendal)
Ook de Schone genaamd, Hertog van Anhalt, eerste markgraaf van Brandenburg. Hij volgde als jongeling van 23 jaar zijn vader Otto de Rijke, graaf van Anhalt, op, ontving in 1124 van zijn bloedverwant Lotharus, de Lausitz, welk markgraafschap hem na een onrechtmatige aanval op de mark Noord-Saksen weer werd ontnomen. Trouw volgde hij Lotharus, thans keizer, naar Italie, waarvoor hij in 1134 met de begeerde mark Noord-Saksen werd beloond. Een poging om Hendrik de Trotse het hertogdom Saksen afhandig te maken mislukte. Gelukkiger was hij zijn strijd tegen de Wenden en hun vorst Pribizlaw, die hertog van Brandenburg was, waarbij hij tenslotte dit hertogdom wist te verkrijgen en tenslotte in 1144 de titel van markgraaf van Brandenburg aannam. In het slecht bevolkte gebied vestigden zich op zijn aandringen vele kolonisten van de Beneden-Rijn en Utrecht. Hij steunde het bekerings- en beschavingswerk van de Praemonstratsensers en Cisterciensers, herstelde de bisdommen Brandenburg en Havelberg, destijds door de Slaven opgeheven, zorgde voor de bouw van kerken en kloosters. De kruistocht door de heilige Bernardus tegen de Wenden gepredikt, bracht weinig oprechte bekeringen, maar de machtsontplooiing van de christenen schrikte de Wenden af van nieuwe vijandelijkheden. Toch was zijn godsdienstige aktie niet zo onbaatzuchtig, dat hij daarbij de belangen van zijn huis uit het oog verloor. Bij de keizerskeuze van 1138 steunde hij de kandidatuur van Koenraad van Hohenstaufen, die hem voor die toewijding na zijn slagen het hertogdom Saksen schonk. Dit moest hij echter bij de vrede van Frankfort in 1142 afstaan aan Hendrik de Leeuw, voor welk verlies hij gedeeltelijk met een ander gebied schadeloos werd gesteld. [KE]

Albrecht III , keurvorst van Brandenburg (9 november 1414 Tangermunde – 11 maart 1486 Frankfort am Main)

Door Aeneas Sylvius om zijn militaire eigenschappen Achillis genoemd. Bij de dood van zijn vader Frederik I van Hohenzollern, keurvorst van Brandenburg, viel hem het vorstendom Ansbach ten deel (1440). Van zijn broer Jan erfde hij Baireuth in 1464, en in 1470 kreeg hij van zijn broer Frederik II het keurvorstendom Brandenburg. Zijn voornaamste zorg was het aanzien van de familie. Om de verbrokkeling van de erfgoederen te voorkomen, regelde hij in 1473 bij de Dispositio Achillea de opvolging. De oudste zoon zou voortaan de mark Brandenburg erven, de jongere de Frankische bezittingen van de Hohenzollern, de rest moest maar voor zichzelf zorgen of het klooster ingaan. Heel zijn leven was één strijd en al maakte hij daardoor Brandenburg groot, na zijn dood verviel het weer tot onmacht. Zijn godsdienstige overtuiging kan niet diep geweest zijn, te oordelen naar zijn geringe belangstelling voor de reformatie de kerk, waarmee zijn broer Frederik zo krachtig begonnen was, en naar de hatelijke wijze waarop hij de kerk en geestelijkeid kon hekelen. [KE] terug

BRANDENBURG – KULMBACH
Albrecht II, Alcibiades, markgraaf van Brandenburg-Kulmbach (Ansbach, 28 maart 1522 – Baden, 8 januari 1557
Lid van de Frankische tak van de Hohenzollern familie. Als soldaat wisselde hij meermalen tussen keizer Karel V en de protestanten. Hij diende de Heilige Roomse keizer Karel V tot januari 1552 toen hij zijn vriend Maurits, kiesman van Saksen, volgde die een verbond sloot met Karels vijand Hendrik II van Frankrijk. De geallieerde krachten dreven Karel uit Innsbruck. Ferdinand, de broer van de keizer, onderhandelde over het Pact van Passau (augustus 1552) met Maurits. Hierbij bereikten ze een wapenstilstand in de religieuze disputen in Duitsland. Albrecht evenwel verwierp het verdrag en bood zijn diensten aan Karel aan die probeerde Metz te heroveren van de Fransen. Als dank keurde Karel Albrechts veroveringen van Duitse gebieden goed. In 1553 droeg Karel de de contrôle over de Duitse gebieden over aan Ferdinand. Maurits, die zich verbonden had met Ferdinand, leidde toen een coalitie tegen Albrecht, die werd verslagen bij Sievershausen op 9 juli 1553. Niet lang daarna, op 1 december, verklaarde de Keizerlijke Kamer te Speyer Albrecht vogelvrij. Juni 1554 zocht hij asiel in Frankrijk. In 1556 keerde hij met wraakplannen terug naar Duitsland, maar stierf voordat hij ze ten uitvioer kon brengen. [ENgelse,MEY]

Albrecht I, de Grote, (1236 – 15 augustus 1279)
Hertog sinds 1252. Deelde in 1267 het hertogdom met zijn broer Johan, die het vorstendom Lüneburg behield. Tijdens zijn bewind begon de bloei van de stad Braunschweig. [MEY] terug

MAAGDENBURG
Albrecht I / II, aartsbisschop, (circa 1170 – 15 oktober 1232)
Stamde uit het Thüringse gravengeslacht Käfernburg en werd in 1205 als aanhanger van Filips van Zwaben aartsbisschop, en in 1206 door de Paus gewijd. Na de moord op Filips hielp hij Otto IV voor zijn erkenning in geheel Duitsland, maar hielp in 1212 Frederik II voor de verkiezing tot koning. Hij werd daarop door Otto IV in de ban gedaan en zijn gebied werd jarenlang verwoest. In 1223 benoemde Frederik II hem tot graaf van Romagna en tot zijn plaatsvervanger in Noord Italië. De nieuwbouw sinds 1209 van de Dom van Maagdenburg, die op 20 april 1207 afbrandde, is zijn verdienste. [MEY]

MAINZ
Albrecht II van Brandenburg (28 juni 1490 – 24 september 1545)
Markgraaf van Brandenburg, kardinaal, kiesman en aartsbisschop van Mainz en Brandenburg. Zie het hoofdstuk Heiligen en …. terug

MECKLENBURG
Albrecht III, hertog van Mecklenburg, koning van Zweden
Zie Albrecht, koning van Zweden.

Albrecht VII, de Schone (28 juli 1488 (of 86) – Schwerin, 7 januari 1547)
Hertog. Jongste zoon van hertog Magnus II, en na diens dood in 1503 regeerde hij eerst samen met zijn oom Balthasar (overleden in 1507) en zijn broers Hendrik V en Erik II (overleden 1508). Hendrik oefende als oudste de regeringsmacht uit. Na de dood van Balthasar en Erik drong Albrecht aan op deling van het land, maar bereikte in het Nieuw Brandenburgs Huisverdrag van 1520 slechts een gekunstelde tussenoplossing tussen deling en gemeenschap: een onvolledige deling van het gebruik. In de voortdurende strijd tussen de twee broers groeiden de Mecklenburgse landklassen uit tot scheidsrechter en daarmee tot een versterking van hun positie. Dit kreeg zijn uitdrukking in de Landständischen Unie van 1523 die het begin van de landständl. Grondwet van Mecklenburg vormt. (tekst!)
Na de val koning Christiaan II van Denemarken bemoeide Albrecht zich gedurende de zogenoemde grafentwist met de Deense en oko de Zweedse kroon. Maar dat bleef zonder enig gevolg. [MEY] terug

MEISSEN
Albrecht I, de Trotse (1158 – Krummenhennersdorf (Freiberg), 24 juni 1195)
Markgraaf. Zoon van Otto de Rijke, die hem van de erfopvolging in het markgraafschap uitsloot. Albrecht kwam hiertegen in opstand, zette zijn vader gevangenen en volgde hem in 1190 op. Na de terugkeer van zijn jongere broer Dietrich uit het Heilige Land vlamde de strijd weer op, waarin ook keizer Frederik I, Hendrik VI en landgraaf Herman I van Thüringen ten gunste van Dietrich ingrepen. De strijd eindigde pas met Albrechts dood. [MEY]

Albrecht II, de Ontaarde (1249 – Erfurt 13 (of 20) november 1314 (of 15))
Markgraaf. Hij behield bij de deling van 1265 Thüringen en het Saksische Palsgraafschap. Als hij Apitz, zoon uit zijn tweede huwelijk, wil begunstigen voor de erfopvolging ten opzichte van de oudere zonen Frederik en Dietrich, raakt hij met hun in een langdurige oorlog. De onenigheid over de erfopvolging verscherpt zich nog als Albrechts broer in 1284 en zijn vader in 1288 sterven. Albrecht werd door zijn zonen meermalen vernederd en trok zich tenslotte tegen een jaargeld in Erfurt terug. [MEY] terug

NASSAU
Albrecht , (1596 – 1626)
Graaf, krijgsman.

Albrecht , (1537 – 1616)
Graaf van Nassau-Weilburg, ook Albracht van Nassau-Saarbruck. terug

PRUISEN
Albrecht van Brandenburg-Ansbach , grootmeester van de Duitse Orde (sinds 1511) en eerste wereldlijke hertog van Pruisen.
Geboren 16 mei 1490 te Ansbach, overleden 20 maart 1568 te Topiau.

Miniatuur van Heinrich Königswieser

Hij weigerde de leeneed af te leggen aan Polen. De daaruit volgende oorlog eindigde in het nadeel van Albrecht met een wapenstilstand in 1521 van vier jaar. Op zoek naar bondgenoten kwam hij in 1522 te Neurenberg, waar hij de prediakties van Osiander volgde. Luther viel in december 1523 in een verleidelijke brief aan de Duitse Orde bovendien de gelofte van kuisheid aan. Tot tweemaal toe bracht hij de Wittenbergse reformator een bezoek en tenslotte liet hij zich overreden de Duitse Orde te verlaten. Kort daarna vormde hij de bezittingen van de geestelijke Orde tot een wereldlijk hertogdom om. Hij sloot vrede met Polen dat hem en zijn opvolgers als hertog erkende, maar met Polen als leenheer.
In 1526 trad hij in het huwelijk met Dororthea, dochter van de Deense koning en werkte daarna onvermoeid aan de protestantisering van het hertogdom. Keizer Karel V verklaarde het verdrag met Polen nietig en deed hem in de rijksban. Albrecht voelde zich veilig onder de schutse van zijn oom Sigismund. In 1544 stichtte hij de universiteit van Koningsbergen. Polen ontnam hem echter in 1566 elk gezag. [KE]

Albrecht, Prins terug

SAKSEN
Albertinische linie > wie vallen hieronder?
De jongste tak van van het huis van Saksen met Albrecht van Saksen-Meissen als stamvader. Zijn broer Ernst was stamvader van de Ernestijnse linie. Zij waren zoons van de keurvorst Frederik II en verdeelden in 1485 het hertogdom Saksen onder elkaar. De Albertinische linie was van 1806 tot 1918 het koningshuis van Saksen. [BR]

Albrecht III van Saksen, de Dappere of de Kloeke, (Grimma, 1443 – Emden, september 1500)
>> is volgens anderen dan KE albrecht! En niet A III
Zoon van Frederik de Zachtmoedige. Hij werd geroofd door Kunz van Kauffung, ontkwam, huwde in 1464 met Sidonia Podiebrad. Bestuurde met zijn broer Ernst een tijd Saksen (Albertinische tak), onderscheidde zich in de strijd om Neuss tegen Karel de Stoute, was veldheer in een veldtocht tegen Hongarije en kwam in 1488 voor het eerst in de Nederlanden ter bevrijding van Maxmilliaan in het oproerige Brugge. Algemeen stadhouder, gesteund door de Kabeljauwsen, Engelbert van Nassau en Wilholt van Schaumburg als onderbevelhebbers. Niettegenstaande geldgebrek wist hij in 1492 Sluis te veroveren, waarmee de opstand beëindigd was. Nieuwe moeilijkheden rezen uit de terugkeer van Karel van Egmond naar de erflanden. In 1496 wist hij deze bij Batenburg en Leerdam te overwinnen en stak zich in de Friese aangelegenheden die van 1495 tot 1498 ellendig waren. In 1498 werd Albrecht onder suprematie van de keizer tot ‘rechten erffachtigen heere' van Westergo verheven. Zijn veldheer Neithard Fuchs drong Oostergo binnen, veroverde Dokkum en bedreigde Groningen, dat nu al zijn rechten in Oostergo en Westergo opgaf. Albrecht zelf kreeg kwijtschelding van zijn schulden, die Maxmilliaan en diens zoon Philips de Schone aan hem hadden en in 1499 de aanstelling tot erfelijk ‘gubernator ende potestaet' van Friesland. Witwolt van Schaumburg onderwierp intussen voor Albrecht Oostergo en Zevenwolden en bracht ook graaf Edzard van Oost Friesland tot erkenning van de Saksische heerschappij. Groningen wendde zich in de nood tot de bisschop van Utrecht, maar Albrecht kwam in 1499 zelf naar Friesland om gehuldigd te worden en liet bij vertrek naar Saksen zijn zoon Hendrik als stadhouder achter. Deze bleef de toestand niet meester. Belegerd in Franeker moest hij de bemiddeling van Philips de Schone aanvaarden, die evenwel een zeer dubbelzinnige rol speelde. Hierover vertoornd viel Albrecht met een groot leger van het oosten Friesland in, wist door dralen het leger van de Friese en Groningse boeren te doen verlopen en het beleg van Franeker op te doen breken. Hij hield met zijn ontzette zoon een wrede straftocht, sloeg het beleg voor Groningen, maar moest na bemiddeling van de bisschop vertrekken. [KE]

Koning Albert van Saksen
Albert Friederich August, geboren te Dresden op 23 april 1828, overleden Sibyllenort 10 juni 1902. Zoon van koning Johann en koningin Amalia Augusata van Beieren. In 1853 trouwde hij Caroline, kleindochter van de Zweedse koning Gustav IV Adolf. In 1857 werd hij generaal van de infanterie. Onderscheidde zich in 1849 in de Duits – Deense oorlog, streed in 1866 aan de Oostenrijkse zijde tegen de Pruisen en trok als oppperbevelhebber van het Saksische legerkorps in 1870 tegen Frankrijk op. Hij nam sinds 1862 als lid deel aan de werkzaamheden van de Eerste Kamer van Saksen, voordat hij in oktober 1873 zijn vader als koning van Saksen opvolgde. Als katholieke koning van een protrestants land was hij niettemin populair. Zijn regering gold als typerend voorbeeld van een consitutionele monarchie. Gedurende zijn regering had hij met ernstige sociale moeilijkheden te kampen.
In de Frans – Duitse oorlog van 1870 speelde zijn corps een belangrijke rol bij het winnen van de veldslagen van Gravelotte (18 augustus) en Sedan (31 augustus – 2 september). Van 18 maart tot 8 juni 1871 commandeerde hij het Duitse bezettingsleger in Frankrijk. Spoedig daarna werd hij inspecteur generaal van het keizerlijke Duitse leger met de rang van veldmaarschalk.
Als koning van Saksen was Albert hoofdzakelijk geïnteresseerd in militaire aangelegenheden, maar hervormde ook het lokaal bestuur, het onderwijs en de belastingen, en stimuleerde de industrialisatie. Hij liet geen kinderen na en werd opgevolgd door zijn broer George. [..., ENG] terug

SAKSEN - TESCHEN
Albert-Casimir (Moritzburg 11 juli 1738 - Wenen, 10 februari 1822)
Hertog van Saksen-Teschen, gouverneur-generaal der Nederlanden onder Josef II. Zoon van Augustus III, keurvorst van Saksen en koning van Polen. Door zijn huwelijk met zijn achternicht, de briljante Maria Christina, aartshertogin van Oostenrijk en meest begaafde dochter van Frans I en Maria Theresia, viel hem het vorstendom Teschen in Oostenrijks Silezië toe. Van 1756 tot 1780 was hij stadhouder van Hongarije. In 1780 werden hij en zijn echtgenote belast met het gouvernement-generaal der Nederlanden. Op 10 juli 1781 deden zij hun plechtige intrede te Brussel. Hij was zeer algemeen ontwikkeld en hing de ideeën van de verlichting aan. In 1782 legde hij de eerste steen van het kasteel Schoonenberg te Laken, dat naar de plannen van de architecten Montoyer en Payen in 1784 werd afgebouwd. Hij remde de al te drastische hervormingen van Josef II. Zo vroeg hij onder andere de terugroeping van graaf Belgiojoso, maar werd zelf grotendeels van de macht beroofd door de benoeming van graaf von Trautmansdorff en generaal d' Alton. Na de Brabantse omwenteling verbleef hij te Bonn en na de restauratie van Leopold II keerde hij als rijksveldmaarschalk terug. In 1787 werd hij echter door Jozef II van Oostenrijk (de broer van Maria Christina) gedesavoueerd. Na de Franse overwinning bij Jemappes in 1792 vestigde hij zich te Wenen, waar hij tot aan zijn dood verbleef in zijn paleis, dat een waar museum was. Zijn kunstverzameling, de beroemde Albertina (zie aldaar), bevindt zich sinds 1920 in de Oostenrijkse Nationale Bibliotheek. Tot aandenken van zijn echtgenote liet hij door Canova te Wenen een prachtig mausoleum bouwen. [GNL] terug

WÜRTENBERG
Albrecht (Wenen, 23 december 1865 – Altshausen, 29 oktober 1939)
Hertog. Hij voerde tijdens het begin de Eerste Wereldoorlog het vierde leger aan. Sinds 1917 als generaal veldmaarschalk de legergroep ‘Hertog Albrecht van Würtenberg' in Elzas Lotharingen. Was tot 1918 troonopvolger in Würtenberg van koning Willem II, die geen manlijke nakomelingen had. [MEY] terug

ENGELAND
Aethelbert, koning van Wessex
Geboren ongeveer 836, overleden 866. Erfde de troon van zijn vader Aethelwulf en regeerde over Kent, Surrey, Sussex en Essex. Hij verenigde deze gebieden met Wessex toen bij in 860 zijn broer Aethelbald in dat gebied opvolgde. Had gedurende zijn bewind te maken met aanvallen van de Vikingen. Er werd zelfs in zijn hoofdstad Winchester gevochten. Hij was blijkbaar een goed een strijder, want volgens een tijdgenoot heeft hij ze in een bloedige slag verslagen. [www.britania.com/hystory/monarchs]

Aethelbert II van Kent, koning
Koning van Kent van 560 (?) tot 616, overleden in 616. Hoewel hij door de West Saxen in 568 is verslagen, werd hij een van de sterkste heersers in Engeland ten zuiden van de Humberrivier. Zijn vrouw Bertha, dochter van een Frankische koning, was christen. Aethelbert ontving in 597 de missionarissen die door paus Gregorius I naar Engeland waren gestuurd. Hij werd bekeerd door St. Augustinus van Canterbury. Als eerste christenkoning van Angelsaksisch Engeland maakte hij van zijn hoofdstad Canterbury een groot christelijk centrum De door hem uitgevaardigde wetten zijn de vroegst overgebleven documenten in de Angelsaksische landtaal. [www.britania.com/hystory/monarchs]

Hertog Albert van Saksen-Coburg , prins gemaal van koningin Victoria van Engeland.

Detail schilderij van F.X. Winterhalter

Geboren Rosenau 26 augustus 1819, overleden Windsor 14 december 1861.

Studeerde te Bonn. Zijn huwelijk in 1840 werd voorbereid door zijn oom Leopold I van België, die tevens oom was van Victoria. In 1857 kreeg hij de titel Prince Consort. Als een bescheiden maar bijzonder invloedrijk raadsman maakte hij zich verdienstelijk aan de zijde van de koningin, met wie hij ook een zeer harmonisch huwelijksleven leidde. Op verzoek van Elisabeth woonde hij alle besprekingen met ministers bij. Door vooroordelen over zijn buitenlandse afkomst en de politieke invloed die men hem toeschreef, werd hij aanvankelijk ongunstig ontvangen door Groot-Brittannië, maar gaandeweg ging men zijn tactvol optreden waarderen. Zijn liberale inzichten en belangstelling voor kunsten en wetenschappen maakten hem onder het volk geliefd, hoewel hij anderzijds bij velen kritiek uitlokte door zijn behoefte een politieke rol te spelen. Zo kwam het in 1854 tijdens de Krimoorlog tot klachten in de pers naar aanleiding van zijn pro Russische houding.
Gedreven door zijn belangstelling voor de economische ontwikkeling lukte het hem, ondanks felle tegenstand, in 1859 de eerste wereldtentoonstelling in Engeland te doen plaats vinden, en die een groot succes werd. [GNL, WP]

Vernoemd naar deze Albert zijn onder andere:
Albert Hall te Londen
Albert Park: formule 1 circuit te Melbourne Australië.
Elisabeth en Albert museum te Londen. terug

MONACO
Albert I van Monaco
( Parijs, 13 november 1848 – Parijs, 26 juni 1922)
Voluit: Albert Honorius Karel. Hij volgde zijn vader op en was vorst van Monaco van 1889 tot 1922. Nadat hij gedurende de oorlog van 1870 - 1871 bij de Franse marine had gediend, maakte hij grote reizen en wijdde zich aan het onderzoek van de zee. Als geleerde en bekend oceanograaf ondernam hij belangrijke onderzoekingstochten in de Atlantiche Oceaan (Sargossozee) in in de Middellandse Zee. Hij stelde een batymetrische kaart van de oceanen op. In 1891 werd hij corresponderend lid van de Franse academie vna wetenschappen. Vooral aan de vermeerdering van de kennis van de zeestromen, meer in het bijzonder van de Golfstroom en van de diepzeefauna, alsook van de Middellandse Zee en de Noordelijke IJszee heeft hij veel bijgedragen. In 1920 stichtte hij in Monaco het Oceanografisch Instituut. Hij publiceerde werken op oceanografisch gebied. In 1911 gaf hij Monaco een grondwet.

Albert II van Monaco
terug

NEDERLAND
Albertine Agnes
Geboren 9 april 1634 te 's-Gravenhage, overleden 24 mei 1696 te Oranjewoud (Friesland).

Vijfde dochter van stadhouder Frederik Hendrik en Amalia van Solms-Braunfels. Zij huwde op 2 mei 1652 Willem Frederik, graaf van Nassau-Dietz, stadhouder van Friesland van 1640 tot 1664. Dit huwelijk werd na het uitsterven van de Oranjes, door het kinderloos overlijden van Willem III in 1672 van belang voor de positie van de Nassaus in de gehele Republiek. Albertine was van 1664 tot 1677 regentes over haar zoon Hendrik Casimir II. Via haar stamt het Nederalndse koningshuis van Willem de Zwijger af, doordat haar kleinzoon Johan Willem Friso door Willem III als zijn universele erfgenaam was aangewezen. [BR] terug

OOSTENRIJK
Albrecht I
Zie koning Albrecht I van Duitsland

Albrecht II, de Lamme of de Wijze (Wenen, 1298 – Wenen, 20 juli 1358)
Hertog sinds 1330. Zoon van koning Albrecht I. Regeerde na de dood van zijn oudere broer Frederik de Schone samen met zijn jongere broer Otto. Regeert sinds 1339 alleen. In 1335 krijgt hij Kärnten en Kräin voor het Oostenrijkse huis, wiens eenheid hij door de huisorde van 1355 vastlegde. De rechtspositie van zijn landen versterkte hij door door het ‘Privilegium de non evocando'. Albrecht was een overtuigd aanhanger van Lodewijk van Beieren. [MEY]

Albrecht III , (eind 1349 / begin 1350 – Slot Laxenburg, 29 augustus 1395)
Hertog sinds 1365. Regeerde na de dood van zijn broer Rudolf IV samen met zijn jongere broer Leopold III, met wie hij in 1379 in het Neuburger Verdrag de erflanden deelde en zo de grondlegger van de Albertinische lijn van het Oostenrijkse Huis werd. Albrecht behield Nieder- en Oberoostenrijk en kreeg na de dood van van Leopold in 1386 de gezamenlijke regering. In de strijd tegen de Eedgenoten leed hij in 1388 een nederlaag bij Näfels. Hij was een groot begunstiger van de universiteit van Wenen. [MEY]

Albrecht V , hertog, zie Albrecht II, koning. Van Duitsland.

Albrecht VI , (Wenen, 1418 – Wenen, 2 december 1463)
Hertog, in 1453 aartshertog. Zoon van hertog Ernst de IJzeren van de Stiermarkse tak van de Leopold-lijn van de Habsburgers. Hij kon in 1446 de heerschappij in de Oostenrijkse Vorlanden overnemen en stichtte in 1457 de Freiburg universiteit in Breisgau (die heet nu nog:de Albert-Ludwigs-Universität Freiburg). Hij kwam na de dood van de laatste vertegenwoordiger van de Albertinische lijn, Ladislaus V Postumus, in openlijk conflikt met zijn oudere broer Frederik V (de latere keizer Frederik III), die de landen aan beide zijden van de Enns zou overnemen. Bereikte in 1458 afstand van Oberoostenrijk, en heropende in 1461 de strijd tegen de keizer. Nadat Albrecht in 1462 Wenen was binnengetrokken (de belegering van Frederik in de hofburg) kreeg hij ook Nederoostenrijk toegewezen. Een nieuwe uitbraak van de oorlog werd slechts door zijn plotselinge dood voorkomen. [MEY]

Albrecht VII , (Wiener Neustad, 13 november 1559 – Brussel, 13 juli 1621)

Aartshertog. Jongste zoon van keizer Maximilliaan II. Woonde sinds 1571 in Spanje. Aan het Spaanse hof opgevoed voor een kerkelijke loopbaan. Werd in 1577 kardinaal, en in 1584 aartsbisschop van Toledo. Hij werd in 1583 vice koning van Portugal en verdedigde in 1589 Lissabon tegen de Engelsen. Sinds 1596 stond hij als stadhouder in de Spaanse Nederlanden tot de vrede van Vervins tegen Frankrijk op 2 mei 1598. Trouwde met Isabella, de oudste dochter van Filips II. Vanaf 1593 vertegenwoordigde hij de steeds ouder wordende koning tijdens hoorzittingen en vaak had hij ook zitting in de Raad van State en in de Hoge Raad, die zich bezighield met talloze memo's die de centrale raden aan de koning deden toekomen. Na zijn terugkeer in 1599 vocht hij tot het sluiten van het Twaalfjarig Bestand in 1609 als zelfstandig regent met wisselend succes tegen de Staten Generaal. Albertusthaler. [MEY] [PAR]

Albrecht , aartshertog (Wenen, 3 augustus 1817 – Arco (Zuid Tirol), 18 februari 1895)

Detail litho van Adolph Dauthage

Veldmaarschalk die zich onderscheidde in de onderdrukking van de Italiaanse revolutie van 1848 en in de Oostenrijks – Pruissische oorlog van 1866. Hij hervormde het Oostenrijkse leger tot een moderne legermacht na de verpletterende nederlaag tegen de Pruisen.
Zoon van aartshertog Karel, die Napoleon had verslagen bij Aspern-Essling. Hij kwam in 1837 in dienst van het leger en kreeg zijn militaire opleiding van maarschalk Jozef Radetsky. Vocht onder zijn mentor in de campagne van 1848/1849 in Italië, waarbij hij zich onderscheidde als divisie commandant bij Novara. In 1851 werd hij gouverneur van Hongarije en behield de post tot 1863.
Bij het uitbreken van de oorlog tegen Pruisen, was hij commandant van het Italiaanse front en won de beslissende slag bij Custoza in juli 1866. Hier raakten de Italianen zo gedesorganiseerd, dat hij omvangrijke eenheden vrij kon maken voor de verdediging van Wenen dat door de Pruisen bedreigd werd na de nederlaag bij Königgrätz (Sadowa). Hij werd opperbevelhebber van het Oostenrijkse leger op 10 juni 1866, maar er kwam vrede voordat hij zijn plannen kon testen.
Met het einde van de vijandelijkheden wijdde hij zich aan de hervorming van het leger toen hij in 1869 inspecteur generaal werd. Hij had geleerd van de lessen van Pruisen, en concentreerde zich op de ontwikkeling van de industrialisatie en spoorwegen, korte dienstverbanden om de omvang van het leger te vergroten en de introductie en verbetering van nieuwe wapens en het generale-staf systeem. [ENG stuk] terug

POLEN
Albrecht II
terug

ZWEDEN
Albert, koning van Zweden (ca. 1340 - Kloster Doberan 1412)
Hertog van Mecklenburg, koning van Zweden van 1364 tot 1389. Hij was de opvolger van Magnus Eriksson, die hij uit het land verjaagd had. De immigratie, door zijn tussenkomst, van vele Duitsers veroorzaakte grote ontevredenheid. De koning raakte geheel onder de invloed van Bo Jonsson Grip, een lid van de Zweedse adel. Deze laatste werd de eigenlijke heerser en eigenaar van grote domeinen. Bij Grips dood in1386 trachtte Albert zijn gezag te herstellen, maar de adel deed een beroep op Margareta, sinds kort koningin van Denemarken, die zich eveneens tot koningin van Zweden liet uitroepen. Haar troepen overwonnen die van Albert te Falköping en Margareta, weduwe van Haakon, koning van Noorwegen regeerde toen over de drie Scandinavische landen. terug

OVERIGE
Prinses Louise Caroline Alberta (Londen, 18 maart 1848 - Londen 3 december 1939)
Dochter van koningin Victoria en prins ALbert. Echtenote van de Markies van Lorne, later hertog van Argyll. Haar echtgenoot werd in 1878 gouverneur-generaal van Canada. De Canadese provincie Alberta is naar haar genoemd. terug